De VOC in Delfshaven.

 

VOC-gebouw Groot Holland.

In 1602 werd de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) opgericht, de eerste Naamloze Vennootschap ter wereld, dus met verhandelbare aandelen, en de eerste multinational ter wereld, dus met vestigingen in andere landen. Het bestuur werd gevormd door de de Heren XVII. De VOC was onderverdeeld in vier regionale afdelingen, die in zes steden een kantoor hadden. Een van die steden was Delft. Op de Oude Delft aldaar stichtte deze kamer haar kantoor, dat er nog steeds staat. Iedere kamer had haar eigen schepen. Daarom kwamen er aan het eind van de Schie, in Delfshaven, een drietal voor de VOC werkende scheepswerven, met al gauw enkele honderden werknemers. Delfshaven groeide daardoor tot een havenplaats met meer dan 2500 inwoners. De Delftse kamer van de VOC liet in totaal 314 schepen uitvaren. Ze was lange tijd de grootste werkgever van Delft. In totaal monsterden in de 18e eeuw bijna 11.000 Delftse mannen aan op een VOC-schip. Minder dan 60% van hen kwam terug. Delft, met een inwonertal toen van zo’n 15.000 mensen, was daardoor lange tijd een stad vol eenoudergezinnen en weeshuizen, waarin kinderen konden worden klaargestoomd voor een baan bij de VOC.

De Delftse kamer van de VOC handelde, meer dan de andere steden, in Chinees porselein. In 1647 brak in China een burgeroorlog uit, de import van het kostbare goed kwam stil te liggen, en dus gingen Delftse aardewerkbakkers proberen het porselein te imiteren. Het Delfts Blauw werd geboren,  of delftware in het Engels.

In 1672 werden enkele panden verbouwd tot het Zeemagazijn, een gebouw waarin onderdelen en voorraden voor de schepen werden opgeslagen. In 1746 brandde het imposante gebouw af. Het ging toen al bergafwaarts met de VOC, dus werd het een stuk eenvoudiger herbouwd. Toen de VOC failliet ging, in 1800, werd het gebouw een tehuis voor invaliden, en in 1813 werd het samen met de werf erbij, gekocht door de marine.

In 1886 trokken de Duitse chemicus Schulte en de Rotterdamse ondernemer Kortman in het pand, inmiddels Groot Holland geheten. Uit het afvalwater van schepen die chilisalpeter aanvoerden, haalden ze er salpeterzuur en jodium. Vervolgens ging Kortman & Schulte zeeppoeder produceren, waaronder Driehoek zeep. In 1963, toen de moderne wasmachine haar opmars was begonnen, kwamen ze met Biotex. Niet veel later maakte het bedrijf deel uit van het AKZO-concern. Inmiddels is het merk eigendom van Unilever.

De Delfshavense Biotex-fabriek werd omstreeks 1995 gesloten. Het bedrijf zag er met allerlei glimmende installaties erg chemisch uit, sterk contrasterend met het VOC-gebouw op het terrein. Maar de zeepproductie was natuurlijk ongevarlijk. Omwonenden hadden wel eens last van de zeeplucht, maar velen werkten er of hadden er gewerkt, en vonden de fabriek bij hun buurt horen. Toch voerden politici en welzijnswerkers actie tegen dit chemisch symbool.

Inmiddels staat er op het terrein van de fabriek een wijkje, terwijl het VOC-gebouw in appartementen zal veranderen.

 

 

 

 

 

Terug naar beginpagina.

Reageren is niet mogelijk